We gaan racen

Motorracen is een sport die nooit heb beoefend. De openbare weg is daar niet geschikt voor. Op het circuit heb ik mij nog nooit gewaagd. Maar het trekt wel. En daarom rij ik nu op het TT circuit in Assen. En dat kan ik élke motorrijder aanraden, niet alleen de coureurs.

Het begon met een klein bericht in het ANWB blad Promotor: een dag rijden op Assen voor de gewone motorrijder. Ik schreef me in, maar al snel kreeg ik twijfels. Val ik niet uit de toon op mijn Deauville? Kan ik het wel bijhouden? Wat als ik val? Hoe leg ik dat thuis uit?

Voorspel

De dag begint vroeg. Om half 8 begint het inchecken, en dat betekent half zes vertrekken uit Utrecht. Na een lange rit is de afrit “Assen Zuid/ TT circuit” afgesloten en moet ik even zoeken, maar dan rij ik het circuit op, tunnel onderdoor, en mag ik in het rennerskwartier pal achter de pitboxen parkeren.

We worden ontvangen in het perscentrum, een grote zaal op de eerste verdieping bovenop de pits. Lange tafels met tientallen werkplekken voorzien van stroom en een netwerk aansluiting voor de laptops van de journalisten. Rijen beeldschermen erboven zodat je ook achterin de zaal niks hoeft te missen. Het ziet er allemaal erg professioneel uit. De hele organisatie van deze dag en ook hoe de zaken hier op het circuit worden aangepakt is trouwens erg professioneel. Bemand door vriendelijke doch ietwat stugge noorderlingen van zo ongeveer mijn leeftijd met net zo’n buiken als ik heb.

Ik was hier de eerste keer in 1977, mijn eerste echte lange rit op mijn nieuwe en net ingereden motorfiets. De laatste zaterdag van juni, om 5 uur wegrijden in Maastricht, vriendin ophalen in Utrecht, en naar het hoge noorden, langs de Drentse hoofdvaart, naar het circuit in Assen. Om vervolgens Wil Hartog de 500 cc te zien winnen, een historische overwinning, nooit meer door een landgenoot geëvenaard.

Nu is het heel anders. Een permanent circuit, geen openbare weg met strobalen voor de veiligheid. Het gezelschap bestaat uit oudere heren op toermotoren en iets jongere heren op sportfietsen. De uitleg is kort en helder, en vervolgens mogen we wachten want de vier categorieën rijden na elkaar in een strak schema. Eerst de groep die vandaag het examen voor de race licentie doet; dan de groep met een beetje ervaring; dan de mensen die al een race licentie hebben (“SportGrid”); en dan zijn wij de niet ervaren rijders aan de beurt. En dat vijf keer met tussendoor theorie. Zodat je in totaal 5 keer 20 minuten op het circuit mag rijden.

Wij beginners worden ingedeeld in vijf groepen van acht man (er doen meen ik 2 vrouwen mee) ieder onder aanvoering van een instructeur; ik zit in groep 2 met de heer Molema, de helft toer-buffels en de helft sportfietsen. Later worden de camera’s op de motor gemonteerd. De instructeur strak in het leer op een race motor en dan gaan we van start. In de regen, dat wel.

Theorie

De tekeningen kun je het beste bekijken door ze met de rechtermuisknop in een ander tabblad te openen. Bron van de bochten tekening is de website http://www.moto-sportivo.nl Bocht

Het rijden op een circuit draait om de bochten. Zonder bochten heeft het allemaal niet zoveel nut. Dus eerst de theorie van de bocht. Hiernaast een weergaven van een bocht met de racelijn ingetekend en de gebruikte termen erbij. Het nemen van een bocht begint met remmen. Waar heb je ander een bocht voor nodig? Remmen doe je vanaf het rempunt, geen punt maar een lijn want waar je moet remmen is afhankelijk van je snelheid. Des te harder des te eerder. Logisch, maar in de praktijk niet simpel. De neiging om eerder te remmen dan mogelijk is is moeilijk te beteugelen.

Dan komt het instuurpunt, het punt waar je de bocht in gaat sturen. Meestal voelt dat als invallen. Op deze trainingsdag is de organisatie zo vriendelijk het instuurpunt met een pylon aan te geven. Wel zo gemakkelijk want ik zou normaal gesproken later insturen dan nu wordt aangegeven. En natuurlijk de ver mogelijk naar buiten rijden voordat je instuurt, we willen de bocht zo breed mogelijk maken.

Je rijd nu naar de apex, het snijpunt, het binnenste punt van de bocht waar de motor het verst schuin hangt. Op de weg daarheen wordt ons voorgehouden moet je wel gas blijven geven (standgas); je moet de motor laten merken waar je naar toe wil. Dat voelt erg vreemd, maar werkt wel.

En dan rijden we naar de uitgang van de bocht, ook hier weer een pylon. En dat is best handig want als je schuin in de bocht hangt kun je bijna niet zien waar je uit gaat komen. En je wil wel goed uitkomen, want naast de baan terecht komen is geen goed idee.

Theorie toegepast

We rijden een ronde op het circuit van Drenthe. We draaien de pitsstraat in, let op want je mag niet harder dan 60, en dan haaks rechts gas geven, blijf rechts van de doorgetrokken streep, links achterom kijken of er niemand aan komt, en dan vol gas naar het eerste instuurpunt, omdat we vandaag oefenen aangegeven met een pylon. Dit is Madijk. Elke bocht heeft een naam. Elke bocht verdient een naam want elke bocht heeft een eigen karakter. Een karakter waar je mee worstelt, want elke bocht biedt specifieke uitdagingen die je op moet lossen om zo snel mogelijk rond te komen. De kaart van het circuit heb ik hieronder afgebeeld. Aan het begin van de dag uitgedeeld door de organisator, CRT Holland, en een onmisbaar hulpmiddel.

CRT Assen

Deze eerste bocht is de ergste want er komt geen einde aan. Madijk begint gewoon genoeg maar loopt bijna zonder dat de motor recht komt door, een heel klein stukkie kom je rechtop, in de 180 graden ruime bocht Ossebroeken. Blijf aan de buitenkant want je moet je fiets opzetten voor de volgende bocht, de moeilijkste bocht van Assen, de Strubben. Je moet strak naar rechts, kort gas geven, hard remmen, doorgaan tot je denkt dat je écht te laat bent, en dan pas insturen om helemaal binnendoor de Strubben in te duiken, door de kuil in het midden, een kuil in de apex van deze haarspeldbocht, een kuil van uitgereden asfalt, en je moet er doorheen want anders mislukt deze bocht en verknal je je hele ronde. En mensen die hier racen hebben me verteld dat ook voor hen deze bocht een hoofdbreker is. Vooral ook door de verkanting, de helling van buiten naar binnen die in deze bocht zit als in de oprit van een autoweg. Voor auto’s een welkome hulp tegen de G krachten, voor motorrijders omdat de normale indicatoren van hoe schuin je hangt niet werken als het asfalt aan de binnenkant verder weg is dan aan de buitenkant van de bocht.

De Strubben is een haarspeldbocht die strakker is dan 180 graden; een bocht als een ingeknepen paperclip. Daardoor blijf je heel lang scheef hangen als je door de buitenkant van de bocht gaat en dat wil je niet want dan kun je niet vol gas geven. En hierna komt het lange recht stuk van de Veenslang, dus je wil zo snel mogelijk vol gas kunnen geven. Dus moet je je door het midden laten vallen. En dat is eng, de eerste paar keer doe je het vaker fout doen dan goed. Maar als het goed gaat is het gewéldig want je kunt hier strak inhalen en vervolgens eerder op het gas gaand een snellere tegenstander achter je houden.

De Veenslang dus, het lange recht stuk waar ook het geluid wordt gemeten, ook race motoren mogen niet te vele herrie maken, die eindigt in de rechts links combinatie die Ruskenhoek heet waar je over de curbs moet om de bocht goed door te komen. Als het droog is en als je durft; over de curbs rijden is een psychologische barriere waar velen, ik ook, het moeilijk mee hebben. Maar noodzakelijk omdat je over de curbs rechts kun blijven om de linker tweede helft goed door te komen.

Psychologie

Dat is de psychologische les vandaag. Over je grenzen heen gaan; er geloof in krijgen dat het wél kan, het dan doen, en het de volgende ronde weer doen maar dan net even verder. Sneller. Schuiner. Later remmen. Eerder op het gas. De bocht invallen denkend dat je het niet gaat redden en dan niet bij remmen, een volkomen natuurlijke reactie bij te hoge snelheid, maar platter gaan en zo de bocht wél doorkomen. Met de voeten met de bal van de voet op het voetensteuntje balancerend omdat het steuntje anders niet omhoog kan komen want je moet de slijt-einden onder de voetensteuntjes wel hun werk laten doen. Schraap schraap, kras, kras. Steeds eerder in de bocht, steeds harder.

Hangen. En kijken. Vooral goed kijken. Hangen is facultatief. Wordt wel aangeraden. bal van de voet op het steuntje, knie naar buiten draaien, de breedte van een bil hangend naast het zadel. Dat is op het brede en comfortabele zadel van mijn Deauville nog niet simpel. Maar kijken is belangrijker. Kijken waar je naar toe wil gaan, want dan ga je er ook naar toe. In een bocht kijk je eerst naar de apex en vervolgens naar de uitgang van de bocht. Daar waar je weer rechtop komt en vol gas kunt geven. En ik merk dat ik te weinig kijk. De foto’s laten dat ook duidelijk zien. Leerpuntje!

En remmen is ook een dingetje. Normaal gesproken wordt op het circuit alleen de voorrem aangesproken. De achterrem speelt geen rol. En als je scheef hangt niet remmen! Maar ja, mijn Deauville heeft een complex remsysteem waarbij de achterrem ook een remblok van de voorrem meeneemt en de voorrem ook invloed heeft op de achterrem. En op allebei zit ABS. Dus doe ik maar net zoals ik gewend ben en rem met beide remmen en ook nog een beetje als ik de bocht in rijd. Dat schijnt met slepende remmen de bocht in te heten, en dat moet begrijp ik. Maar naarmate de snelheden hoger worden wordt dit slepend remmen steeds moeilijker. Ik wil mezelf niet onderuit remmen!

Weer verder

Ruskenhoek dus, een moeilijke combinatie. Snel erna bij Stekkenwal strak naar rechts en dan rechtdoor. Zorg dat je helemaal rechts tot aan de curve die daar zit want je gaat linksaf De Bult in, belangrijk om hier je snelheid te houden want als je die hier verliest ben je bij Meeuwenmeer nog steeds te langzaam, waar je flink door kunt trekken naar de rechterkant en dan naar links om flink te remmen en strak in te sturen naar rechts want van de bochten Mandeveen en Duikersloot maak je een lange bocht: eindeloos en met een flinke vaart draai je 180 graden de meest zuid-westelijke punt van het circuit rond, strak de racelijn aanhoudend zodat je achtervolger niet langs komt; eindelijk zijn we er door en dán het gas erop want je kunt nu door knallen. Daar is moed voor nodig want het lijkt een bocht naar rechts, Meeuwenmeer. Maar stuitert daar doorheen, op de apex zit een kuil, vol gas er door, en als je dat doet dan komt links al snel de rand van de baan in zicht, een rand die je eerst niet zag omdat je uit een kuil komt. Griezelig, maar blijf aan het gas trekken want het gaat mooi rechtdoor. Topsnelheid bereikt en een lastige bochtenreeks naar links verschijnt. Bij Hoge heide knikje naar rechts, maar het probleem is dat de bocht naar links, Ramshoek, vooraf wordt gegaan door een lichte bocht naar links. In de eerste ronden gaat het nog niet zo hard en kom je mooi rechtop op de Ramshoek aan maar als het sneller gaat hang je al schuin naar links als je voor Ramshoek moet remmen.

Weet je, dat is eng. Veel te hard kom je op Ramshoek af, je hangt al naar links, en voor Ramshoek moet je hard remmen want hiervoor haalden we de hoogste snelheid. Dus kies een plek om rechtdoor te gaan en rem voluit, bocht insnijden en je motor door die bocht heen drukken. Ik hoor van de deskundigen dat je deze Ramshoek op tijd voor moet bereiden. Eigenlijk al voor de flauwe bocht naar links vooraf aan de Ramshoek. Je mikpunt is de geluidsmast. Beetje snelheid minderen dus gas dicht doen en terugschakelen. Wauw, ik doe hetzelfde als de prof’s!

Oppassen op het volgende relatief rechte stuk, de ingang van de pitstraat zit hier rechts. Kan spannende momenten opleveren als iemand daar naast je zit om de pits in te gaan. Die rijden dan een stuk langzamer. En nog spannender als daar iemand voor je zit die niet heeft aangegeven de pitstraat in te willen. Vandaag doet (bijna) iedereen dat goed, linkerarm omhoog, maar ik heb met laten vertellen dat dit soms niet goed gaat :-)

En dan de finale, de Geert Timmer bocht. Een loepzuivere chicane waar je lekker kunt proberen uit te remmen, en waar het best moeilijk is om die twee bochten achter mekaar optimaal te nemen. Een paar keer lukt het me er zo goed door te komen dat ik de PK rijkere fietsen op het recht stuk van start/finish dat hier na komt bij kan houden door sneller de bocht uit te komen. Meestal lukt dat niet trouwens. Dan over de streep, melk het gashendel uit, de volgende dag heb ik echt pijn aan de rechter onderarm van aan het gas hangen, en zo laat mogelijk remmen voor Haarbocht waar je 90 graden naar rechts gaat door het kuiltje in de apex en de bocht begint die eigenlijk vloeiend doorloopt Madijk, Ossebroeken en zo de Strubben in. Het hart van het circuit, deze combinatie. Als je hier het tempo in kunt houden gaat het goed.

De praktijk

Een BWM die me al twee ronden in de weg rijdt verremt zich in de Haarbocht, halverwege Ossebroeken kom ik hem bij, ik duik met volle overtuiging de Strubben in en haal hem in. Maar met zijn dubbel aantal pk’s loopt hij op de Veenslang weg. Hoe hard het kleine motortje ook jankt, 700 cc woon-werk verkeer motor houden een GS1200 niet bij. Bij de volgende bochten haal ik weer bij. Hij houdt me op bij de ingang van de GT chicane maar op het finish stuk loopt hij weer weg van me met zijn dubbele paardenkrachten.

Ik ben vastbesloten hem nu niet te laten ontsnappen. Ik stuur de Ossebroeken in zo hard ik durf en kom al weer in de buurt, de Strubben ga ik er strak in, schakel terug naar de 1e versnelling en geef vol gas. De comfortabele allemansvriend die de Honda Deauville van nature is vindt dit niet fijn maar hij gehoorzaamt. Het voorwiel komt omhoog, een zeer ongewone reactie voor deze relatief zware en pk arme fiets, het stuur schud in mijn handen, de toerenteller schiet voorbij 9000 toeren ruim het verboden rode gebied in; snel doorschakelen naar twee; toeren weer in het rood; derde versnelling. Ha, ik blijf ‘m voor, vier, vijf, een van de weinige plekken waar ik de hoogste versnelling haal, 170 op de teller en terugschakelen en hard remmen want daar komt Ruskenhoek. Ik ben hem voorgebleven en weet dat hij nu niet meer bij komt want de bochten zijn mijn territorium. Racen is voelen dat je leeft!

 Nawoord

Het kost moeite om rustig naar huis te rijden. Eerst tanken en de bandenspanning op normaal zetten. Met 2,5 en 3 atmosfeer kunnen we op de weg goed door knallen. Gelukkig rijden ze in Drenthe allemaal goed door en heb ik flinke wind tegen. Net als vanochtend trouwens. Maar nu klinkt de wind als het geluid van de Veenslang. Een mooie herinnering.

De volgende dag bouw ik de voorkant van de motor dan ook weer om naar comfortabel. Al die wind herrie was toch te veel van het goede. Kan ik de oordopjes ook weer een keer niet indoen. En ik bekijk de banden eens goed. Je kunt inderdaad goed zien hoe strak ik door de bochten ben gereden. Niet helemaal tot aan de rand moet ik tot toegeven. Experts schijnen van schaamranden te spreken. Maar de banden hebben er van langs gekregen, er zitten flinke slijtsporen op en ook blaasjes en plekken. Bewijs dat ik mijn best heb gedaan.
En ik blijf oefenen. Kijken, steeds weer door de bocht heen kijken naar waar je naar toe gaat, niet alleen maar de strook asfalt vlak voor je. En ik knal nu ook goed door bochten naar rechts, voor deze training ging ik duidelijk harder door een linkerbocht dan een rechter bocht. Ik heb al twee paar laarzen weg moeten gooien omdat de linkerlaars door was.

Een dag rondjes rijden op het TT circuit. Een dag goed besteed. En leuk. Erg leuk om te doen. Het live verslag van de TT zal ik dit jaar niet missen. Ik kan me nu een beetje voorstellen wat die jongens daar doen. Een beetje maar. Maar meer dan eerst. En dat maakt toch een verschil.

Met dank aan Manuela Fokkema, gewaardeerd collega, die dit stuk op mijn verzoek heeft doorgenomen omdat zij op haar 600 cc Yamaha échte race ervaring op Assen heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>