Damesmode

Ik heb geen verstand van mode, maar wel ogen in mijn hoofd. Zo valt mij de stille revolutie  die in de afgelopen twintig jaar heeft plaatsgevonden in de vrouwen mode waar niemand over praat wél op: de motorisering van de vrouwenmode.

We beginnen met de motor kant. Ik zit vrijwel veertig jaar in het zadel van een motor. Mijn rijbewijs A dateert van maart 1977; en op 7 april dat jaar ben ik opgestapt op een Kawasaki Z650. En daarvoor 2,5 jaar in het zadel van een Kreidler brommer. Opgestapt, en nooit meer afgestapt. Veertig jaar lang. En er is in die veertig jaren veel verandert.

Toen was een man in een leren motorpak, vrouwen reden geen motor. Toen was die man een outcast, een paria, een randfiguur van de samenleving. Een persoon om te mijden. Nu is dat anders. De motorrijder anno nu is een oudere, meestal blanke, en niet onbemiddelde man. En soms een vrouw van onbestemde leeftijd. Het leren motorpak wordt alleen nog gedragen als er op een circuit wordt gereden. Of op de openbare weg die indruk moet worden gemaakt. Wij motoristen dragen elegante pakken die de wintermode reflecteren, meestal ook gemaakt worden door skikleding specialisten, en die modieus genoeg zijn om ook gewoon in rond te lopen zonder uit de toon te vallen. Dat staat in schril contrast met de jonge dames van tegenwoordig. Het zijn juist dames die er niet over peinzen ooit motor te rijden, die zich steeds vaker in het leer hullen: stoere jasjes, strakke broeken, en laarzen, altijd laarzen. Of zoals de Volkskrant (21 juni 2014) het zegt: “T-shirt met leren bikerjasje, het hedendaagse uniform van hippe meisjes”. Hoe is dat gebeurt? En waarom valt het niemand op? Of durft niemand er wat van te zeggen? Is dit een taboe van nu?

Ooit droegen wij leder

Een tijd terug bezocht ik het cavalerie museum in Amersfoort. Een melancholieke exercitie want het is juist dit legeronderdeel dat in de lage landen niet meer bestaat. Onze Leopard 2 tanks, de modernste van de wereld, zijn verpatst aan de Finnen. De enige missie die voor het vroegere koningsnummer van het Nederlandse leger is over gebleven is het verkennen. Nou, dat ken ik wel! Tot mijn 14e ben ik enthousiast verkenner geweest. Bij de katholieke verkenners om precies te zijn. Toen al wist ik dat het boek van Baden Powell onzin is. Gevaarlijke onzin. Maar ik vond scouting leuk. Tot ik volwassen begon te worden, en andere zaken mijn aandacht opeisten. Belangrijke zaken. En dan stop je met scouting. Maar niet ons leger, daar is het blijkbaar de toekomst van de cavalerie; Nederland als de Scout van NAVO. Akela wij doen ons best?

Maar even serieus. Als je daar zo rond loopt in dat museum besef je wat een inspiratiebron de cavalerie is. Juist ook voor ons motorrijders. Motorrijden heeft wel iets van paardrijden. De zithouding is vergelijkbaar: Op de billen, de rug recht, nek lang, hoofd hoog, de armen vooruit en licht gebogen, de benen opzij. De wind waait in je gezicht. En probeer niet te vallen want dat doet extra pijn. De eerste motorrijders kleedden zich dan ook als een cavalerist. Zie bijvoorbeeld Lawrence of Arabia op zijn 1927 Brough Superior. Windsels, een verdikt zitvlak op de broek om op te zitten, een laag sluitende en getailleerde katoenen jas die niet flapt in de wind en bovenaan goed sluit. Strakke handschoenen met kappen,en een pet om de wind te trotseren.

Maar de motorfiets evolueerde en haalde al ras het paard in. De snelheid nam toe, het gevaar ook; de luchtvaart werd de nieuwe inspiratiebron. Katoen werd leer, wel nog steeds getailleerd, schoen en windsels werden laarzen, de pet werd vervangen door een helm: de moderne motorrijder was geboren. Lees er de geschiedenis van de firma Lewis op na. Het uniform van de motorrijder dat anno 1977 nog steeds actueel was. Met als enige vernieuwing het vet-pak dat ons droog hield in de regen. Geen gezicht, wel praktisch, en totaal niet conform de mode. Alleen Engelse adel kan zo’n ding met enige waardigheid dragen (zie deze gebruiker).

Mode verandert. Echt waar!

In de tijd deden dames niet aan leer. Hooguit in romannetjes die onder de toonbank werden verkocht. Maar dat veranderde. De leren laars deed (voor zover ik het kan overzien) al in de jaren 60 haar intrede in de damesmode, maar in de jaren 90 begon het pas echt te lopen met de dooie koeien. Ik herinner mij goed, het zal halverwege deze jaren van uitbundige economische groei en paarse kabinetten zijn geweest, dat ik me er tijdens een repetitie van het gemengde koor waar ik toen bij zong (Chantatouille) van bewust werd dat in de wintermaanden de volledige sopranen en alten partijen gelaarsd op de repetitie verschenen. Niet één uitzondering. De heren droegen allemaal gewone schoenen, dat was het niet. Dat was me daarvoor nog niet opgevallen. En als je er eenmaal op gaat letten wordt het patroon on-ontkoombaar. Elk jaar begon de periode van laarzen dragen eerder in het najaar, en duurde langer in het voorjaar. Jaar na jaar. En nu zijn we al zo ver dat UGGs het hele jaar door worden gedragen. En er is niemand die dit opvalt? Of die het tegen staat?

En het blijft natuurlijk niet bij de voeten. Benen worden in een leren broek gestoken, en om de schouders een leren jasje. Ze zien er uit als een motorjas, maar zijn van veel dunner leer gemaakt. Leer dat niet beschermd bij een val. Leer dat bij de minste aanraking al scheurt. Onbruikbaar als bescherming. Maar dat is ook niet de bedoeling. Het gaat om in de mode zijn. En leer is het nieuwe zwart! Ook qua kleur. Werden in eerste instantie nog kleurrijke jasjes gedragen, nu is de kleur monotoon zwart. Zwarte laarzen, idem broek, zwart leren jasje. Want zwart is nog steeds het nieuwe zwart.

Lijfsbelang

De ontwikkelingen bij de motorrijders gaan precies de tegenovergestelde kant uit. Kon je leer alleen maar in de kleur van Henry Ford krijgen, de moderne pakken zijn in alle kleuren van de regenboog verkrijgbaar. Met dank ook aan de vrolijke en verplichte reflectiestrepen.

En wat er in het pak is gehuld is helemaal verandert. Toen waren leren motorpakken hip. Wij waren 18 en wilden James Dean en Marlon Brando nadoen; the Wild One. Toen ik mijn eerste motor kocht heb ik de hele zomer van vroeg in de ochtend tot laat in de avond, 7 dagen in de week als het kon gewerkt. Me in het zweet van mijn aanschijn gewerkt om mijn droom te verwezenlijken; een leren motorpak. Nice. Leren laarzen, leren broek, leren jas; het territoir van de jeugd. En dat is nog steeds zo. Want leer laat de vormen van het menselijke lichaam zonder censuur zien.

Nu zijn motorrijders opstappers en her-opstappers; uitdijende veertigers en vijftigers die een mid-life crisis hebben te bevechten. Mannen, en soms ook vrouwen, die hun uitpuilende lichaamsvormen beter niet in leren pakken kunnen steken. Denk Marlon Brando. Van jonge God in de Wild One naar de aftakelende buffel in Tango in Paris. Want zo is het leven. Ook daarin was Marlon toonaangevend.

Conclusie

Wat nu? Leer wordt op de motor alleen nog maar gedragen door racers, en dat zijn toch vooral jongeren. Tegenwoordig vaak piep jong, 14 jaar en al internationaal racen is normaal. Terwijl de motorrijders steeds ouder worden. Leer heeft op die oude lijven niks te zoeken. Laat die maar in een textielpak met 4 seizoenen binnenkleding aanschuiven.

En die dames in het leer? Ik wen er wel aan. Het hoort bij de ver-stoer-ding van de vrouw. Een Alfa met een blondine achter het stuur is al heel gewoon. Vrouwen die zich met bier te pletter zuipen zie je in Engeland op elke straathoek. Het is de gang van de beschaving. Je doet er niks aan. Je weet alleen zeker dat het over 10 jaar anders is. Maar hoe? Wie durft een voorspelling aan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>